Vrede volgens Michaël Snauwaert en Carl Cloots.

Michaël Snauwaert schildert anonieme portretten.
De figuren staren hem doelloos aan.
Ze werden uit de krant geplukt en tot ongewenste proporties uitvergroot.
De pixels die het origineel maken wat het origineel is blijken in het huidig formaat verwarrende bouwstenen te zijn. Michaël wil afstand nemen maar dan ook weer net niet,waardoor figuratie en abstractie bloedbroeders worden., waardoor empathie en apathie elkaar als een soepel estafetteteam aflossen. Een Aziatische prostituee en een sekteleider staan vredig naast elkaar. Ze lijken een hele geschiedenis achter de rug te hebben. Alsof ze in de woelige jaren 60, in volle popart gecreëerd zijn en nu verweesd, verweerd en verbleekt een stille getuige van een vervlogen tijd zijn. Deze reeks gepatineerde portretten toont de anonimiteit van de mens., de mens die door de digitalisering en de oorlogszuchtige dictatuur van de media gereduceerd wordt tot een raster of een matte kleurvlek.
Zijn artistieke voorbeeld kijkt goedkeurend over zijn schouder mee.
Robert Rauschenberg maakt als geen ander duidelijk dat popart vandaag nog maar weinig van zijn zeggingskracht heeft ingeboet.

Carl Cloots kijkt en bewondert., isoleert de vorm uit zijn context, plaatst hem op een drager waarbij negeren geen optie meer is.
De ijzeren toppen van de schoenen van VN soldaten tikken ritmisch tegen elkaar.
Welkom in de bizarre wereld van onze tweede exposant.
Carl Cloots heeft maanden over de vrede gepeinsd.
Hij ging op zoek en vond weldra de vrede op een kerkhof van oud oorlogsmateriaal.
Het koelingsysteem van een tank wordt hier een ritmisch landschap.
Twee vingers tonen de vrede maar een ingenieus systeem transformeert het beeld meteen tot een gebalde vuist.
De mens leeft in oorlog en tientallen keren per dag poogt hij de vrede te verklaren.
Het is de onrust en de twijfel in ons hoofd.
Een fragment van een vis werd achteloos achtergelaten op de vismarkt van Venetië.
Weinig passanten hebben er aandacht voor en nog minder toeristen integreren de vorm in hun fotoreportage.
Carl kijkt en bewondert…
Ook bij Carl staat het verhaal van de vorm centraal.
Zo volgt hij wetenschappelijk nauwkeurig het proces van een inkrimpende halve appel. Wat ooit was wordt zorgvuldig bewaard in een gipsmoule..
Benaderen we hier de essentie van de beeldende kunst? Bewaren wat in wezen niet te bewaren valt?

Alles verandert in golven en cycli.
Alles is in oorlog met zichzelf.
En alles streeft naar een vredig moment van conservatie.

Deze kapel en de pandgang kunnen heel even instaan voor deze vredige context.
(uit de inleiding vande tentoonstelling door Nick Vermeersch)